Inschrijven

De gezichten van Samen verder in Den Haag

Lees de verhalen van Ahmad, Mekka en Razan

Het verhaal van Ahmad

Tweedehands
We ontmoeten elkaar bij een tweedehandswinkel in Moerwijk. De zon schijnt. Er staan banken en andere dingen op de stoep uitgestald. Als ik de zaak binnenkom, wordt een klant geholpen aan de kassa. De handel oogt overzichtelijk en zorgvuldig ingericht met van alles en nog wat. Ik heb telefonisch afgesproken met ene Rajeev. Het was een kort gesprek, want hij vond alles best. Over mijn komst en wens om hem en één van zijn vrijwilligers te interviewen. Tijdens werktijd? Geen probleem. Ook in de live ontmoeting blijkt Rajeev alles prima te vinden. Verwelkomend stapt hij achter de kassa vandaan om zich trots voor te stellen. Hij loopt wijzend naar de plek waar twee mensen zitten te praten. De ene blijkt Ahmad, de statushouder met wie ik kennis ga maken. Hij is in gesprek met zijn contactpersoon bij het vrijwilligerspunt. Hannie. Onze ogen kruisen elkaar en ze weten meteen wie ik ben. Ahmad komt enthousiast over. Een grote glimlach siert z’n gezicht. Duidelijk op het gemak wordt er met stoelen en banken geschoven. Er ontstaat een ware zitkamer voor ons gesprek. Hij komt galant over in zijn handelingen. Wij pronken als modellen in de etalage.

Inburgeren
Ahmad is 50 jaar en komt uit Syrië. Hij woont samen met zijn vrouw en vijfjarige zoon Omar in Den Haag. Ja, Omar zoals Omar Sharif, dat wordt bevestigd als Hannie deze associatie maakt. Het gezin woont drie jaar in Nederland waarvan de laatste twee in Den Haag. Het afgelopen jaar werkte Ahmad als vrijwilliger. Elke maandagmiddag. ’s Ochtends gaat hij naar school om Nederlandse les te volgen. Hij is pas geleden geslaagd voor twee onderdelen van het inburgeringexamen. Luisteren en schrijven. Lezen en spreken moet hij opnieuw doen. Het laatste blijkt ook een uitdaging in ons gesprek. Ik ervaar dat hij alles begrijpt, maar moeilijk uit z’n woorden komt.

Geduld
Hij fietst naar zijn vrijwilligerswerk. Het is maar vier kilometer. Daarop is deze plek uitgekozen, vertelt Hannie in haar rol als arbeidsconsulent. Als statushouders zich melden, wordt er altijd eerst gekeken naar mogelijke arbeidsplekken in de leefomgeving. Dat is beter voor de integratie zegt ze. Reiskosten zijn geen wenselijke kostenpost. Geld is er gewoon niet. En een kringloopwinkel is laagdrempelig als arbeidsplek. Ze eisen namelijk geen VOG, de verklaring omtrent gedrag. Het bedrijf stond open om statushouders (vrijwillig) in dienst te nemen, dus de match was snel gemaakt. Al heeft hij veel geleerd en gedaan in het verleden, zegt Hannie meelevend. Komt nog, later… verzekert ze Ahmad. Geduld! voegt ze eraan toe.

Ultieme droom
In zijn thuisland is Ahmad opgeleid als anesthesist. Hij heeft ervaring in de spoedeisende hulp en met ambulancezorg. Zijn ultieme droom: werken voor het Nederlandse Rode Kruis. Er is geprobeerd om werk te zoeken dat bij zijn kennis en ervaring past. Zonder succes. Er moet namelijk snel geschakeld worden tijdens oefeningen en een goede beheersing van de Nederlandse taal is daarin onmisbaar. De taal blijft moeilijk. Niet alleen de letters, vertelt hij verwonderd, maar één woord heeft vele betekenissen, roept hij vol ongeloof. Hij weet mij te vertellen dat de Nederlandse taal uit 14 duizend woorden bestaat en de Arabische taal 23 miljoen. Samen met de lidwoorden is dat best lastig, bevestigt Hannie. Hiervoor kan hij onder andere bij Rajeev terecht. Om te oefenen. En als hij zich verspreekt, wordt hij daarop gewezen. Dit is de eerste keer dat Ahmad vrijwilligerswerk onderneemt. Hij is blij met deze mogelijkheid.

Baas in eigen zaak
Ahmad gaat op pad met de Syrische fotograaf, Yaman. Hij zal hem in actie vastleggen. Rajeev wordt erbij gehaald, hij blijkt ook de eigenaar van de zaak te zijn. Hij heeft nog twee winkels. Een familiebedrijfje dat gerund wordt met zowel betaalde als onbetaalde krachten. Een commerciële winkel met het predicaat kringloop legt hij uit. Mensen zijn in de veronderstelling dat dat veel gesubsidieerd wordt, maar dit is niet zo. De gesubsidieerde kringloopwinkels, die als eerst begonnen, draaien voor 100% op vrijwilligers en krijgen alle mensen toegeschoven die een taakstraf moeten vervullen, legt hij uit.  In het gesprek komt Hannie tot het besef dat er eigenlijk geen vrijwilligers geplaatst hadden mogen worden. Het is een commerciële instantie. Rajeev ziet geen probleem. Omdat het een kringloop is, doen ze daar niet moeilijk over. Hij werkt aan de lopende band met stagiairs vanuit het ROC Mondriaan. Maar schoonmaakwerk accepteerden ze niet? vraagt Hannie onderzoekend. Het sorteerwerk laat hij aan vrijwilligers over, verzekert Rajeev. Anders wordt het zo’n grijs gebied. Vrijwilligers melden zichzelf en instanties vragen naar beschikbare plekken. Hannie heeft eerder een Syrische statushouder aan hem toegewezen, maar die bleef niet hangen. Het ligt echt aan de persoon zelf, zegt Rajeev. De man in kwestie was naar zijn inzien niet enthousiast genoeg. Hij wil mensen kunnen loslaten en ervanuit gaan dat ze nuttig bezig zijn. Zo probeert hij Ahmad ook omhoog te helpen waar hij kan. We zien elkaar als een grote familie hier. Ik sta hier niet boven. Dat weten de jongens ook, zegt Rajeev.

Genoeg bagage
Rajeev had niet eerder met vluchtelingen gewerkt maar houdt wel van het nieuws volgen. Dus hij weet wat er aan de hand is en wat er speelt daar en in de wereld in z’n algemeenheid. Zo vond hij het bijzonder om een telefoontje te krijgen met de vraag om plekken te bieden aan statushouders. Het klikte meteen. Ahmad is een heel nette man. Ik wist meteen dat hij mocht blijven. Elke maandag dan. De rest van de dagen gaat hij gewoon naar school. Ik probeer hem Nederlands bij te brengen. Om te kijken hoe ver hij kan komen. Als ik hem uithoor wat hij in Syrië heeft gedaan, en hem vervolgens de grond zie stofzuigen, dat gaf mij echt een dubbel gevoel. Kijk die grond moet schoon, maar er is iets in mij dat weet dat hij méér kan. Ahmad heeft genoeg bagage. Ik heb hem niet echt kunnen leren kennen, puur omdat we aan het werk zijn. Maar deze man hoort hier niet thuis. Het is een betrouwbare integere man, betoogt Rajeev. Hij zag hoe Ahmad een keer een Syrische vrouw te woord stond en ervaarde dat hij haar op zo’n galante manier aan het helpen was, als een echte gentleman. Ik verstond het niet, maar ik stond er wel versteld van, blikt Rajeev terug. Nu is Ahmad met het vasten bezig. En hij staat gelukkig weer op zijn benen. Want laatst had hij het in zijn rug waardoor hij naar het ziekenhuis moest. Voor onderzoeken. Het ziet er nu goed uit maar hij heeft wel krom gelegen. Ik heb hem gewoon naar huis moeten sturen, vertelt de winkeleigenaar.

Kleine gebruiken
‘Vind je dat andere organisaties ook statushouders een kans moeten bieden?’ Vraag ik aan Rajeev. ‘Hoe dan ook moet je de jongens de maatschappij in helpen. Op het allerhoogste niveau zijn ze al binnengetrokken, dus nou is het aan ons, als bedrijf zijnde, om hen een kans te geven. Anders lopen ze maar rond. Daar wordt niemand blij van. Ik doe het graag voor iemand die het zelf ECHT wil. Daar steek ik graag tijd in. Kijk, ik heb altijd wel wat te doen. Ik weet niet hoe andere organisaties dat doen. Die zullen wel andere structuren hebben. Dan kun je niet zomaar iemand erbij gooien. Maar ja, al moet hij de hele dag maar meelopen, zonder wat te zeggen, dan pikt hij nog dingen op. Hoe we met elkaar omgaan en zo. Want hij ziet ook wel hoe ik mijn klanten plaag. Ik moet wel. Dat zijn onze kleine gebruiken, de cultuur, de grapjes, elkaar aftasten. Tot nu toe krijgt Ahmad een dikke prima. Ik sta graag naast mijn grote vriend Ahmad. Ik laat rustig de winkel bij hem achter’, zo besluit Rajeev zijn positieve verhaal.

Volgens de regels
Ahmad z’n lievelingsplek ligt op fietsafstand hiervandaan. In het Zuiderpark. Daar komt hij graag. In het weekend met zijn gezin. Dan nemen ze eten mee. Picknicken, roep ik vrolijk. Dat woord kent hij niet en moet vertaald worden door de fotograaf. Soms komt hij er in zijn eentje. We fietsen er heen. Ik neem de fiets van de fotograaf, met hem achterop. Ahmad fier op zijn eigen. Onderweg vindt Ahmad dat Yaman bij hem achterop moet. Dat is meer gepast. Hij wijst de weg. Waar ik mezelf erop betrap sluipweggetjes te willen pakken of snel te willen oversteken bij een oranje verkeerslicht, zo keurig houdt Ahmad zich aan de regels. Dit blijkt ook later in het park. Wanneer Yaman aangeeft dat het mooi zou zijn voor het beeld als Ahmad over een bepaald  bruggetje fietst. Dan wijst Ahmad naar een bord waarop staat dat dit verboden is. Terwijl er legio fietsers deze route nemen waar we bij staan. En hoe hij keurig hij zijn fiets in het daarvoor bestemde rek plaatst terwijl ik die van mij dichter op locatie zet met behulp van mijn standaard.  Ik benoem dit en hij straalt trots. Ahmad neemt ons mee naar de vijver waar hij graag zit. Precies hier, zegt hij terwijl hij een ontspannen houding aanneemt en zijn blik over het water valt. De lucht dreigt met donkere wolken maar haalt Ahmad niet uit zijn geluksmoment. Daar, aan het water, in een park in Den Haag.

Het verhaal van Mekka

Verademing
We ontmoeten elkaar in Park de Verademing. Mekka woont daar in de buurt. Ze komt er graag in haar eentje om te wandelen, vertelt ze aan de telefoon. Ze loopt sowieso dagelijks langs de Conradkade vertelt ze later...om haar hoofd leeg te maken. Want ze doet veel, had ik al begrepen. Grotendeels als vrijwilliger. Mekka staat me – beschut onder een boom – op te wachten. Ze zwaait me vriendelijk toe als ik mijn fiets op slot zet. Alsof we elkaar al jaren kennen. Ze zoent me hartelijk en we besluiten om op het eerste het beste bankje te zitten om ons gesprek te voeren. Het is voorbij het middaguur maar de zon is nog warm. We dragen beiden sandalen ter verkoeling. Mekka komt heel ontspannen over. Een dame die stralend haar eigen plek inneemt.  

Vertrouwen bouwen 
Mekka Abdelgabar is oprichter van de Vrouwen Organisatie Nederland Darfur (VOND). Zij en haar dochter Isra zetten zich in voor de vrouwen in het conflictgebied en zijn betrokken bij de vrede en wederopbouw in het land. Mekka komt oorspronkelijk uit Soedan waar sinds 2003 oorlog is. Vanuit Nederland werkt VOND met vrouwen uit verschillende regio’s in Darfur. Leiders die via hun eigen nationale stichtingen humanitaire hulp bieden aan de meest kwetsbaren; ontheemden, vrouwen en kinderen. Vanuit Nederland zorgt het LEAP programma (Women Leaderschip for Peacebuilding)  van VOND dat er samengewerkt wordt door middel van trainingen. Zo ontstaat er een coherent beleid in de vredesopbouw. Door de samenwerking met zestien organisaties lukt het het programma om de vijf staten in Darfur te bereiken.  Naast kleine activiteiten zorgt VOND ook voor een actieve bemiddeling in de oorlog en tussen verschillende etnische groepen in het land. De samenwerking met vrouwen brengt een andere lading in de bemiddeling. Vertrouwen speelt hier een belangrijk rol in. Daar wil Mekka met haar stichting aan blijven bouwen. Ze keert regelmatig terug om de trainingen persoonlijk te verzorgen. 
Diaspora
Mekka Abdelgabar staat bekend als een sterke en betrokken vrouw in de diaspora scene in Den Haag. In de jaren tachtig reisde Mekka haar man achterna die aan de Instituut for Social Studies in Den Haag ging studeren. Eenmaal afgestudeerd vond hij werk als Arabisch correspondent bij de publieke omroep. Later behaalde Mekka ook een Master aan datzelfde instituut, in Bestuurskunde. Daarna ging het echtpaar, samen met de kinderen, terug naar Soedan. Om te werken. Mekka kon aan de slag als docent aan de universiteit. Haar man had minder geluk bij het vinden van werk en keerde terug naar Nederland. Ze hielden het twee jaar uit zonder elkaar en hadden geluk toen Mekka onbetaald verlof kreeg om te promoveren aan de Universiteit in Twente. In 1994 sloot de Arabische afdeling van de publieke omroep en kwam Mekka’s man zonder werk te zitten. Mekka volgde verschillende trajecten en maakte de overstap richting IT waarin ze verschillende diploma’s behaalde. Met de komst van Microsoft en internet heeft ze dat goed aangevoeld. Ze kreeg een baan voor een IT-bedrijf waar ze werkdagen van twaalf uur maakte. Haar man is inmiddels aan de slag bij de Arabische afdeling van de Wereld Omroep.

Taalkwestie
Toen de kinderen in de puberteit kwamen, stopte Mekka met werken. Samen met haar man zette ze een eigen bedrijf op voor ondersteuning bij legalisaties van documenten en visumaanvragen. Zo kon ze vanuit huis werken naast haar vrijwilligerswerk bij verschillende organisaties. Het begon bij de professioneel geleide vrijwilligersorganisatie Ontmoeting met Buitenlandse Vrouwen (OBV). Met haar achtergrond in het onderwijs richtte Mekka zich op het leren van een taalmethode die de grote verschillen tussen leerlingen in leeftijd, ontwikkelingsniveau en beheersing van de Nederlandse taal zou overbruggen. Mekka specialiseerde zich in de Total Physical Response methode die toegepast wordt in het leren van Nederlands als tweede taal. Als ambassadeur van de vrijwilligersorganisatie Taal aan Zee zet Mekka zich in om taal op haar eigen manier te vertegenwoordigen. Taal is belangrijk voor Mekka. Haar kennis van de taal ontwikkelde zich (verder) door de schooljaren van haar vier kinderen. Door hen bij te staan tijdens hun huiswerkopdrachten. Zo heeft ze niet alleen de geschiedenis van Nederland geleerd maar ook aardrijkskunde en wiskunde, vanuit een andere invalshoek. De kinderen hebben inmiddels allen een universitaire opleiding gevolgd en een goede baan gevonden. Mekka geeft nog bijles aan kinderen van vriendinnen. Ze vindt het mooi om te doen. Ze neemt bijvoorbeeld kinderen onder haar hoede die voor wiskunde een 2 of een 3 halen. Met haar bijles halen ze een 7 of 8. Daar wordt ze blij van. 
Een stap naar de toekomst
Mekka schakelt tussen diverse migrantenorganisaties uit verschillende landen. Dat kan omdat ze haar talen goed beheerst. Naast Arabisch, spreekt Mekka Frans en Engels. Talen waar ze bijles in geeft. Volgens Mekka kunnen taallessen en vrijwilligerswerk mensen helpen los te komen van hun eigen gemeenschap. Je leert mensen ontmoeten, je netwerk vergroten en dat kan eventueel uitmonden in betaald werk. Het biedt ook kansen om zaken op je eigen tijd en tempo aan te gaan: je eigen keuzes te maken. Het mooiste is dat vaardigheden worden opgedaan die later voor eigen werkzaamheden inzetbaar zijn. Je bent voortdurend aan het leren. Het is méér dan geld. Met behulp van deze kennis en ervaring heeft Mekka haar eigen stichting op kunnen zetten. Vrijwilligerswerk is een stap naar de toekomst. Daarnaast valt er nog veel uit te wisselen onder migranten en Nederlanders. Volgens haar mogen beide groepen zich daar meer voor openstellen. Van elkaar leren in de ontmoetingen. Vooral Nederlanders die vaak denken niets op te kunnen steken van nieuwkomers. Waarden en normen en de verschillende culturen hebben veel te bieden over het leven. 

Een eer
Deze laatste uitspraak blijft hangen en blijkt een mooie afsluiting van ons gesprek. Yaman komt het park binnen en heeft inmiddels de locatie verkend. Hij is de Syrische fotograaf die mij bijstaat in dit project. De Verademing is klein en overzichtelijk en hij staat klaar met zijn apparatuur en positieve instelling om een mooi plaatje van Mekka te maken. Ze spreken Arabisch onderling en vertrekken om haar route door het park te lopen. Ik wil zelf ook nog even op de foto met Mekka. Haar rustige aanwezigheid en open houding maakte indruk op me. En de rol die zij speelt in de vredesopbouw in Darfur. Wat een eer om deze vrouw te mogen ontmoeten.  

Het verhaal van Razan

Vluchteling zonder te vluchten... 
In het kader van het project ‘Samen verder in Den Haag’ interviewde Bianca Pereira Passaro nieuwkomer Razan Damlakhi. Samen verder in Den Haag wil vluchtelingen met een verblijfsstatus sneller in de Haagse samenleving laten wortelen. Ze worden uitgenodigd samen met een Volunteer Buddy vrijwilligerswerk te gaan doen. In het project bundelen PEP Den Haag, Taal aan Zee, Vluchtelingenwerk Den Haag, Den Haag Cares en Resto van Harte hun expertise. Volunteer Buddy worden? Kijk op: www.samenverderindenhaag.nl.
 
Ik hou er niet van, over mezelf praten
Het is al 5 over. Gek, niemand heeft nog aangebeld. Als ik, voor de zekerheid, de voordeur opendoe, staan Razan en Yaman aan de overkant. Verwonderd wenk ik ze naar mijn kant van de straat. We groeten elkaar met drie zoenen. Razan complimenteert me met mijn kleding. Ze vindt de kleuren me goed staan. Ik zeg hetzelfde over haar kledingkeuze. Ik merk op dat de kleur van haar oogschaduw terugkomt in haar hoofddoek en dat ik het patroon daarvan weer terugzie in haar horloge. We delen een oog voor detail. Yaman, met fototoestel, ziet er uitgerust uit. Hij is net terug van vakantie. ‘Jullie hadden gewoon kunnen aanbellen!’, zeg ik. We lachen over de miscommunicatie. Ik nodig ze uit voor een kopje thee voordat we op pad gaan. Razan vraagt of er huisdieren zijn. Daar houdt ze niet van, en de pot thee blijft dus onaangeroerd op tafel. Terwijl de twee bij de voordeur op me wachten, pak ik mijn spullen. Razan gaat mij vandaag haar verhaal vertellen. Aan zee. Ze heeft het strand uitgekozen als ontmoetingsplek. Het was even spannend of haar lievelingsplek in Den Haag droog zou blijven. Yaman gaat naast me zitten en Razan direct achter hem. Ik heb het gevoel dat ze zenuwachtig is en vraag hiernaar. Ze zucht. Ze houdt er niet van om over zichzelf te praten, bevestigt ze.
 
Nederland op z’n mooist
Onderweg praten we over de zomer in Nederland en het weer. En waarom Razan, als enige van ons drieën, geen vakantie opneemt. Dat blijkt niet te kunnen. Ze heeft het druk met allemaal projecten. Ik rijd – naar mijn idee – de mooiste route naar zee. Langs het Vredespaleis, de Scheveningse Bosjes en Madurodam. Het heeft veel geregend, het is groen, en de zon breekt hier en daar door. Nederland op z’n mooist, zeg ik hardop met trots. We parkeren op het Zwarte Pad aan de noordkant van Scheveningen. Weg van de toeristen, met uitzicht op de Pier in zee en de bunkers in de duinen. We stappen uit de auto en een windvlaag verwelkomt ons. Lekker uitwaaien op het strand, roep ik en vertel ze over dit Nederlandse gezegde. Hoe lopen kan helpen om het hoofd leeg te maken en hoe de wind de zorgen mee zal dragen. Het is van mijn zijde een uitnodiging en poging om Razan te laten ontspannen. Wat zullen we doen? Al lopend vertellen of onder het genot van een kopje warms? Razan kiest voor het laatste en ik neem ze mee naar mijn lievelingsstrandtent.
 
Historie
Kennelijk hebben ze het over mij gehad. Waar ik nou precies vandaan kom. Want ik ben niet echt helemaal Nederlands... De ene meent zich te herinneren dat ik Italiaans ben, de ander houdt het op Uruguayaans. Wie heeft er nou gelijk? Ik leg in het kort het migratieverhaal uit van mijn (voor)ouders en hoe ik inmiddels al 17 jaar in Nederland woon. Het blijkt een ontspannen bruggetje om mee te starten. Razans ouders zijn volledig Syrisch. Arabisch-Syrisch zegt ze met nadruk. Ze woont nu 6 jaar in Nederland. Of we willen bestellen? Razan wil warme chocolademelk. Zonder slagroom. Yaman is benieuwd of ze chai hebben en ik ga voor mijn gebruikelijke munt thee. Zes jaar? Ja, bevestigt Razan, sinds 2011. ‘Ik kwam hier voor een master GEO-ICT programma aan de Universiteit van Twente, die ik met succes heb afgerond’, zegt ze trots en in vloeiend Nederlands. Dit is opvallend. Nederlands is niet haar moedertaal en zelf val ik regelmatig terug op het Engels als ik over emoties praat. Ik geef dit aan. Ik wil haar de ruimte geven om zichzelf volledig uit te drukken. ‘So can I mix’, vraagt ze? Ja zeg ik, dat doe ik ook. In 2013, toen ze klaar was met haar studie kreeg ze een verblijfsvergunning voor een oriëntatiejaar als afgestudeerde. Ze ging op zoek naar werk. Ze had ook de keuze om asiel aan te vragen maar ze dacht dat deze volgorde het beste zou zijn. ‘Na vier maanden als werkzoekende kwam ik terecht bij een call center in Lelystad’, vertelt Razan. ‘Als Engels- en Arabischtalige telefonisch medewerker. Ik gaf support aan het ontwikkelen van gepaste toelatingstesten voor studies, stages en onderzoek. Een jaar heb ik daar gewerkt, toen liep mijn verblijfsvergunning af. Ik had geen keuze meer. Ik moest naar Ter Apel om asiel aan te vragen, zegt ze met een lach maar ogen vol ongeloof.’
 
Change of plan
‘Waarom kon je niet gewoon naar huis?’, wil ik weten. ‘Het was 2015’, herinnert ze me. ‘Midden in de stroom van vluchtelingen. Kijk, het plan was gewoon mijn studie te doen en dan naar huis terug te keren. Ik had een baangarantie bij de gemeente in Aleppo. Ik had daar vijf jaar gewerkt en kreeg van de Wereldbank een onderwijsbeurs om meer kennis op te doen. Dat was het plan. Maar toen brak de oorlog uit…’ In de daarop volgende stilte besef ik dat dit niet het gebruikelijke vluchtverhaal is. Het verhaal van bootjes op de Middellandse Zee en mensensmokkelaars. Tijdens onze eerste ontmoeting was ik al het een en ander al te weten gekomen en voelde ik dat Razan worstelde met haar verhaal. Alsof dit minder erg zou zijn. Dat kon ik niet geloven. ‘Wat deed dat met je? Te moeten beseffen dat je uiteindelijk niet kan terugkeren naar huis?’ vraag ik. ‘Kijk’, zegt ze, ‘vandaag de dag weten de meeste Syriërs het als ze huis en haard gaan verlaten. Ik heb geen afscheid genomen. Van niks of niemand. Want ik dacht dat ik iets nieuws zou leren en terug zou komen. Alles zou blijven zoals het was. Zelfs in mijn kamer thuis, wat maakte mij dat nou uit, ik zou terugkeren. Maar goed, ik kwam niet terug. Change of plan. Mijn twee zussen en mijn ene broer wonen nu over de hele wereld. Mijn ouders zijn boven de 70, die hebben geen toegang tot een ander land. Dus wij, de kinderen, kunnen niks voor hen betekenen. De optie om zich te vestigen in de regio is geen goede keuze voor hen. Als ze moeten sterven, dan doen ze dat liever in hun eigen huis. Met waardigheid.’ Ze lacht een paar keer de pijn weg als ze dit heeft gedeeld. We roeren in onze warme drankjes en nemen een slokje. Razan zucht diep. Op de achtergrond klinkt “We can be heros” van David Bowie en Yaman knikt ons bemoedigend toe vanaf de bank tegenover ons. Glazen rinkelen terwijl het personeel afwast.
 
De reis naar het kamp
‘En toen moest je opeens naar Ter Apel’, zeg ik om het verhaal te hervatten. ‘Ja ja…het was best een reis. Ik weet nog precies de dag en tijd waarop ik daarheen ging. Ik had een leven daarvóór. Ik wist niet wat ik bijvoorbeeld met de spullen moest die ik gedurende de drie jaar ervoor verzameld had. Ik heb oud-collega’s gevraagd om deze voor een onbepaalde tijd voor me te bewaren. Ik wist niet hoe lang het zou duren, een week, twee maanden of tien maanden. Ik wist niet wat me te wachten stond. In de situatie verkeren dat je echt niets weet is…’ ze stopt halverwege haar zin. ‘Mocht je niet je spullen meenemen?’ vraag ik naïef. ‘Nou het was niet logisch. Ik had drie jaar in Nederland geleefd. De ruimte daar in Ter Apel is beperkt. De meesten komen aan met een tas of alleen met hun kleren aan. Sommigen zelfs met niks. Dan kun je niet aankomen met koffers. Het is geen hotel’. Dit laatste zegt ze lachend. De associatie ontlaadt haar. ‘Maar goed, ik kan me nog de weg herinneren naar het kamp in Ter Apel. Het regende hard en na de busrit moest ik nog vijftien of twintig minuten lopen tot de hoofdingang. Deze wandeling kan ik me nog als de dag van gisteren herinneren. Er ging van alles door me heen. Waar loop ik nu heen? Wat wacht op me binnen? Onbekend maakt onbemind. Ik kan me nog de mensen herinneren die met me meeliepen. Nieuwkomers; Afghanen en Syriërs die aan mij de weg vroegen! Ze zagen er niet goed uit. Het leek alsof ze gesmokkeld waren of uit zee kwamen of zoiets en ik liep daar… helemaal schoon. Toen we eenmaal aankwamen, moest ik me inschrijven en kreeg ik een nummer. Tja, procedures… zegt ze instemmend.’
 
Verhaal natrekken
‘Ik verbleef er een week. Om te landen en bij te komen. Daarna dragen ze je over naar een ander kamp. Ook om te ontspannen. En je wacht rustig je beurt af voor het onderzoek. Daar wordt je verhaal nagetrokken. Wel twee tot drie keer. Dan nemen ze een besluit of je mag blijven of niet. Dit is een procedure die we allemaal moeten doorlopen, zegt ze met nadruk. Je hebt daar geen zeggenschap in. Ik ben van vijf AZC’s gewisseld; Ter Apel, een of ander dorp in het Noorden, Zevenaar bij Arnhem en Leersum nabij Utrecht. Je voelt je als een toerist, zegt ze spottend. Ik kreeg na een jaar te horen in welke gemeente ik geplaatst zou worden. Den Haag, daar mocht ik gaan wonen. Ik was zo opgelucht. Geen klein dorpje of stad ver weg. Het was zulk mooi nieuws!’ ‘Welk beeld had je toen van Den Haag?’, wil ik weten. ‘Ik kende Den Haag al uit mijn studenten tijd! Ik wist dat het een grote multiculturele stad was, met veel expats, dus ik kon me ook redden met mijn Engels.‘
 
Hulpvraag
‘Eenmaal in Den Haag in je een eigen huisje, hoe ging dat?’ ‘Het was niet makkelijk om als alleenstaande vrouw het een en ander te organiseren. Een nieuw huis en alles wat daarbij komt kijken. Je moet om hulp vragen. Dat vond ik een lastig proces, om die hulpvraag sowieso te stellen. Het was een moeilijke periode. Hoe is dat uiteindelijk gelukt? Een oud-collega heeft me veel geholpen. En op Facebook bleek de Syrische gemeenschap elkaar te vinden. Via groepen stellen we onze vragen. Daar is altijd wel iemand die je kan helpen. Ik had bijvoorbeeld nog nooit geschilderd of laminaat gelegd. Of het verhuizen van een bank. Dat soort dingen kun je gewoon niet alleen.’
 
De taal als schild en wapen
‘Je was gesetteld en kon je dan meteen aan het werk?’, vraag ik onschuldig. ‘Nee, ik zorgde er eerst voor dat mijn huisje leefbaar was en ik schreef me in bij een taalschool. Dat was de allereerste stap. Ik begon meteen in januari. Dat jaar draaide mijn leven om de taalschool. Ik ging helemaal op in het leren van de Nederlandse taal, die me overdonderde. Elke dag weer. Ik was er zo door geobsedeerd, zegt ze giechelend. Ik zette me meer in dan mijn klasgenoten.’ Ze zucht. ‘Ja, omdat ik geloofde dat het vele deuren voor me zou openen. Ik dacht, je hebt nu deze tijd, concentreer je erop, dan krijg je het “onder de knie”. Daarna heb je een schild en wapen bij je waarmee je dingen kunt ontdekken en toegang hebt tot nog vele dingen. Ik wou me erop concentreren en er klaar mee zijn en dan ergens anders naar op zoek gaan. En dat gebeurde ook uiteindelijk. Aan het eind van het jaar, toen ik klaar was, voelde ik sterk dat ik iets moest gaan doen. Betaald of vrijwillig. Ik moest aan de slag!’
 
Uit mijn safe zone stappen
‘Hoe heb je uiteindelijk (vrijwilligers)werk gevonden?’ ‘Ik heb veel online gezocht’, vertelt Razan. ‘Ik ben bij meerdere uitzendbureaus geweest. En ik kwam terecht bij PEP Den Haag. Daar kon ik verschillende workshops, bijeenkomsten en trainingen volgen, onder meer over vrijwilligerswerk. Ik vond het nuttig. Want ik moest uit mijn “safe zone” stappen. Ik kon nog niet goed Nederlands spreken maar dwong mezelf om erheen te gaan. Ik snapte alles wel wat er werd gezegd. Ze waren verrast en vonden het moedig dat ik er was. Ze gaven aan dat ze dit bewonderden en er respect voor hadden. Ik ervoer dat anderen het mij gemakkelijk en aangenaam probeerden te maken. Ik volgde een diverse reeks. Van een EHBO-cursus tot een training over projectmanagement. En in augustus ga ik een scholingsprogramma volgen dat speciaal ontwikkeld is voor vrijwilligers die graag aan de slag willen als trainer. Daar heb ik me al voor ingeschrevenen. Ik hou van de diversiteit aan onderwerpen en de sfeer. Het is een fijne plek om te zijn en mensen te ontmoeten.’
 
Resto VanHarte
‘Op een of andere manier had alle informatie die mijn interesse had te maken met inburgering, participatie en nieuwkomers. Niet alleen in Den Haag, maar ook in andere steden. Ik heb een netwerk opgebouwd van mensen die ik op samenkomsten ontmoette. Vanuit daar ben ik begonnen met vrijwilligerswerk. Niet officieel trouwens, ik had nergens een papiertje ondertekend. Ik vertaalde veel en gaf feedback op stukken. Ik heb gewerkt als taalcoach voor iemand die net begonnen was. De rollen waren verschillend maar in het algemeen ging het over werken samen met en voor vluchtelingen. Bij het ‘Kom Erbij integratiediner’ van Resto VanHarte ontmoette ik een oud-klasgenoot van mijn taalschool die daar hielp bij het bedienen. Toen dacht ik, mijn god! Dat wil ik ook! Hij stelde me voor aan de organisator en ik kon mezelf nuttig maken, andere mensen leren kennen en iets betekenen. Ik dacht dat het een nuttige besteding van mijn tijd zou zijn. En wederom essentieel voor mijn netwerk. Ik ben niet iemand die van koken houdt. Maar ik dacht bij mezelf, dit gaat niet alleen over helpen in de keuken, ik kan helpen in de bediening, schoonmaken, het maakt niet uit, maar ik wil onderdeel zijn van een team. Dat leek me prettig. Ik heb zo veel geleerd. Kooktrucs, hoe je samenwerkt met anderen die echt anders zijn, echt anders… Ik had nooit gedacht dat ik zulke mensen zou ontmoeten. Van allerlei leeftijden en culturele achtergronden. Hoe ze denken, zich gedragen, hun hele houding in het leven. Sommigen wachten op instructies, anderen nemen initiatief, sommigen doen liever dingen in hun eentje, anderen werken weer liever samen. Sommigen spreken liever de gasten en er zijn anderen die weer liever in de keuken staan. Je leert met respect en begrip met mensen omgaan. Gewoon mens zijn. Vriendelijk.
 
Necessity is the mother of invention
‘“Uit de schulp kruipen”, zo zeggen jullie dat toch? Nou dat heeft vrijwilligerswerk met mij gedaan. Ze lacht hartelijk. Ik geef haar terug dat ze veel van dat gezegde onder de knie heeft. Jaja, knikt ze. Normaal ben ik geen open mens. Dat is voor mij een onnatuurlijke houding. Je hebt extraverte mensen en introverte. Nou, ik behoor tot de laatste groep. Dat maakt het nog moeilijker voor iemand in een nieuwe omgeving. Vrijwilligerswerk heeft me geholpen om uit mijn comfort zone te stappen. Nieuw dingen leren, mezelf en mijn communicatievaardigheden ontwikkelen. Ze noemen dat soft skills geloof ik.’ ‘Ik vind het een hard skill’, zeg ik tegen haar met een knipoog. ‘Life skills’, bevestigt ze. ‘Het meest belangrijk is dat ik een groot netwerk heb gebouwd. Omdat ik verbonden ben aan zo veel initiatieven kan ik soms mijn gedachten niet op orde krijgen waar ik iemand heb ontmoet als ik ze weer tegenkom, of hoe ze heten. Soms geneer ik me rot’, zegt ze lachend. Gekscherend refereer ik even terug aan onze Whatsapp-gesprek waarin ik zeg dat ik een fotograaf meeneem voor ons gesprek. Waarop haar antwoord “ik ben toch geen BN’er”. Ze neemt dit serieus en zegt bescheiden: ‘nee ik ben echt niet bekend. Ik heb heel veel mensen in een kort tijdsbestek mogen ontmoeten. Ik doe mijn best om mensen en organisaties, met dezelfde missie met elkaar te verbinden. Hopelijk ontstaan er mogelijkheden voor toekomstige samenwerking. Daar word ik blij van. Als organisaties daar de meerwaarde van inzien en het toepassen. Het is zo gek, deze wending in mijn leven.’ ‘Als introvert mens bedoel je?’ ‘Ja, precies daarom. Het is net alsof ik geleerd heb om contacten aan te gaan omdat dat nodig was: “necessity is the mother of invention”. Het was nodig, ik moest het doen! Je moet je ervoor inspannen, er tijd en energie instoppen, anders komt het niet natuurlijk. Dat is mij overkomen.’
 
Pad blijven bewandelen
Ik vraag me hardop af of haar comfort zone is vergroot, of dat ze eigenlijk altijd nog daarbuiten werkt. ‘Zoals je ziet vind ik het nog steeds lastig. Het gaat me niet natuurlijk af om zo open te zijn. Het kost me veel energie. Maar ik heb geen keuze daarin. Dus ik kan nu niet opgeven. Ik heb dit pad gekozen en ik blijf het bewandelen. Ik geniet ervan. Welk pad is dat dan, vraag ik. Mensen vragen me vaak waarom ik niet iets doe met mijn Master in ICT, dat ik allang een goed betaalde baan had kunnen vinden. Want, benadrukt ze met een knip met haar vingers, je kunt zo een goed betaalde baan vinden in de IT. Waarom kies je om in het sociaal domein met vluchtelingen te blijven werken? Dat is gewoon een van de moeilijkste vragen voor mij. Het lijkt dat ik het toch leuker vind om met mensen te werken dan met computers. Want ik wil niet de hele dag naar een scherm staren. Ik heb het gevoel dat ik daar klaar mee ben. Ik moet iets anders doen.’ ‘Denk je dat het te combineren valt? Je IT achtergrond en waar je nu mee bezig bent?’ ‘Misschien, daar sta ik open voor. Ik weet niet hoe, wanneer en met wie… maar misschien.’
 
Den Haag
‘Wat betekent Den Haag voor jou?’ ‘Ik zou nergens anders willen wonen, eerlijk gezegd.
En waarom heb je het strand uitgekozen als lievelingsplek in Den Haag?’ Omdat het zo rustgevend is. Om deze open horizon te zien, vanwege de wind, het geluid van de golven, het heeft me het gevoel van vrijheid. Kom je hier vaak? Nou het grappige is dat toen ik niet in Den Haag woonde, ik hier vaker kwam. Toen had ik de gewoonte om mijn verjaardag aan zee te vieren. Een moment om te ontspannen en terug te blikken op het afgelopen jaar. Toen ik hier kwam wonen is dat erbij ingeschoten. Ik kon me geen betere plek bedenken dan het strand om dit gesprek te houden. En gelukkig laat de zon zich zien.
‘Viel het dan een beetje mee dit gesprek?’ vraag ik aan het einde. ‘Nee’, zegt ze. ‘Eerlijk gezegd ben ik nog steeds zenuwachtig. De culturele verschillen zijn groot. Wij vinden het moeilijk om nee te zeggen. Daar schamen we ons voor. Nederlanders zeggen ja en dan is het ook echt ja en een nee is gewoon nee. Wij zeggen ja, al voelt dat niet zo. Maar ik voel me senang genoeg en durf nu tegen je te zeggen dat het niet meeviel. Misschien word ik langzaam maar zeker Nederlands.’ Yaman lacht, hij waarschuwt ervoor: ‘Als je 40 dagen met Arabier woont ga je ook altijd ja zeggen.’ ‘Wil je nog iets kwijt?’, vraag ik nadat ze een laatste zucht slaakt. ‘De afgelopen zes maanden waren best gestrest. Ik was doorlopend bezig iedereen blij te maken, maar ik merk dat het tijd is dat ik prioriteiten moet gaan stellen. Want het is gewoon te veel. Uit ervaring geef ik aan dat dit ook een valkuil kan zijn in het werken in het sociaal domein. Dat zelfzorg belangrijk is en vakantie opnemen mag.’ ‘Je mag vaker nee zeggen’, verzeker ik haar. Razan concludeert: ‘Het is mooi geweest met vrijwilligers werk! Kom maar op jongens! Ik ben klaar om inkomen te gaan genereren.’ ‘Hopelijk snel’, voegt ze er verwachtingsvol aan toe. We lopen naar buiten en Yaman vereeuwigt dit gesprek door prachtige foto’s te maken van Razan op haar lievelingsplek in Den Haag. Ze geeft nadrukkelijk aanwijzingen hoe ze erop wil staan. Terwijl de wind door haar hoofddoek waait en de laatste foto wordt goedgekeurd, legt ze haar hoofd naast me op het zand. Duidelijk blij dat het allemaal voorbij is. De ontspanning is duidelijk te zien in de selfie die ik neem voor mijn eigen dagboek.

Interviews door Bianca Pereira Passaro

TERUG